Lening onzakelijk wegens ontbreken zekerheid

op .

Een recent arrest van het gerechtshof te ’s-Gravenhage leert dat het verstrekken van een rentedragende geldlening door een directeur-grootaandeelhouder aan zijn BV, zonder dat daarvoor zekerheden waren bedongen en geen aflossing was overeengekomen, als onzakelijk wordt aangemerkt.

Een dga wilde met zijn BV een belang van 80% nemen in een Duitse vennootschap. De daarvoor benodigde financiering leende hij met eigen middelen aan zijn BV. Deze lening werd verstrekt onder de voorwaarde dat de hoofdsom te allen tijde opeisbaar is, een rente van 4% over de hoofdsom of het restant daarvan verschuldigd is, en dat de lening per direct opeisbaar is in geval van nalatigheid in de betaling van rente dan wel faillissement of surseance van betaling van de schuldenaar. Voor terugbetaling van de lening wordt door de BV geen zekerheid gesteld.

Na enige tijd gaat de Duitse vennootschap failliet. Bij zijn belastingaangifte heeft de dga onder de post ‘Resultaat uit ter beschikking stellen vermogensbestanddelen’ het aan zijn BV geleende bedrag als negatieve opbrengst aangegeven. De belastinginspecteur gaat daarin echter niet mee. Hij stelde zich immers op het (volgens het Hof gerechtvaardigde) standpunt dat de lening elke zakelijkheid ontbeert, omdat de dga geen zekerheid voor zijn vorderingen heeft bedongen, hij geen aflossing is overeengekomen en de inkomsten uit de deelneming niet beschikbaar zijn, althans onvoldoende om daarvan de verschuldigde rente te voldoen. Omdat de waarde van een deelneming kan stijgen en dalen, zal een zakelijk handelende (derde) geldverstrekker niet accepteren dat rentebetaling en aflossing van de lening enkel gewaarborgd wordt als de waarde van de deelneming stijgt. Het door de dga op zich genomen debiteurenrisico is daarmee zodanig dat een onafhankelijke derde dit niet zou hebben geaccepteerd, aldus de belastinginspecteur en ook het Hof ’s-Gravenhage. De geldlening is aldus niet zakelijk, waardoor de afwaardering niet op het belastbare inkomen van de dga in mindering mag komen.

Uit bovenstaand arrest volgt dus eens te meer dat bij het verstrekken van financieringen altijd goed voor ogen moet worden gehouden of een onafhankelijke derde de overeenkomst onder dezelfde voorwaarden ook zou zijn aangegaan.

Tags: onzakelijk lening zekerheid