Bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor huurachterstand?

op .

Als verhuurder van een onroerende zaak, is het niet altijd eenvoudig om de door een niet-betalende huurder verschuldigde huurpenningen te kunnen incasseren. In een procedure waarin het gerechtshof Amsterdam eind 2014 arrest heeft gewezen, verkende een verhuurder de mogelijkheid om de bestuurder van een (inmiddels gefailleerde) niet-betalende huurder persoonlijk aan te spreken voor de openstaande huurschuld.

Tussen verhuurder en huurder was in 2012 een huurovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot een kantoorruimte. Op enig moment is huurder in gebreke met de betaling van de huurpenningen, waarop verhuurder een procedure startte tegen zowel huurder als haar bestuurder, waarin verhuurder vorderde dat zowel huurder als haar bestuurder hoofdelijk zouden worden veroordeeld tot betaling aan verhuurder van de huurachterstand. De rechtbank wijst deze vordering toe, waarna de bestuurder van de inmiddels gefailleerde huurder, hoger beroep aantekent tegen het vonnis van de rechtbank. In hoger beroep stelt de bestuurder zich op het standpunt dat hij geen mede-contractant is bij de huurovereenkomst, maar hij deze enkel heeft ondertekend in de hoedanigheid van bestuurder van huurder. Voorts stelt de bestuurder zich op het standpunt dat hij niet aansprakelijk kan worden gehouden, omdat hem als bestuurder van huurder geen ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt met betrekking tot het onbetaald laten door huurder van de huurpenningen.
Van een voldoende ernstig persoonlijk verwijt is sprake wanneer een bestuurder van een rechtspersoon een verplichting aangaat namens die rechtspersoon, terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat die rechtspersoon die verplichting niet zal kunnen nakomen en geen verhaal zal bieden voor de ten gevolge van het uitblijven van de nakoming te lijden schade. Daarnaast kan aansprakelijkheid van een bestuurder bestaan wanneer deze heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de rechtspersoon haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt en de bestuurder daarvan een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt.
Het hof Amsterdam heeft uiteindelijk geoordeeld dat de door de verhuurder aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het oordeel kunnen leiden dat de bestuurder reeds ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat huurder niet de op haar uit hoofde van de huurovereenkomst rustende verplichtingen zou kunnen voldoen. Dat de bestuurder de enig aandeelhouder en bestuurder van huurder was, maakt dat niet anders. Uit die enkele omstandigheid kan immers, zo oordeelt het hof, niet de conclusie worden getrokken dat de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat huurder haar wettelijke en contractuele verplichtingen niet nakwam. De bestuurder is in dit geval dus niet aansprakelijk voor de huurschulden van de vennootschap.

De verhuurder had het voor zichzelf eenvoudiger kunnen maken, door in de huurovereenkomst op te nemen dat de bestuurder van de huurder hoofdelijk aansprakelijk is voor de nakoming van betaling van de huurpenningen. Op die wijze wordt een extra zekerheid gecreĆ«erd om huurpenningen voldaan te krijgen.

Tags: bestuurder huurrecht bestuurdersaansprakelijkheid hoofdelijk aansprakelijk huurpenningen