Vennootschapsbelang prevaleert boven ontslagregeling in aandeelhoudersovereenkomst

op .

Wanneer verschillende personen gezamenlijk een onderneming oprichten in de vorm van een BV, is het gebruikelijk dat zij onderling een aandeelhoudersovereenkomst sluiten. Dit is een overeenkomst tussen aandeelhouders waarin zij afspraken maken met betrekking tot onder meer de wijze waarop de aandeelhouders samen zullen werken in de vennootschap.

In een recent arrest heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch een oordeel gegeven over een aandeelhoudersovereenkomst, gesloten tussen vier aandeelhouders (ieder voor een gelijk deel) die tevens alle vier bestuurder van de vennootschap waren. In de aandeelhoudersovereenkomst was het volgende opgenomen:
Een besluit tot ontslag van een Bestuurder zal door de Algemene Vergadering (AV) uitsluitend kunnen worden genomen met unanimiteit van de stemmen in een vergadering waarin het gehele geplaatste aandelenkapitaal vertegenwoordigd is.
Drie van de vier aandeelhouders wilden de vierde aandeelhouder als bestuurder van de vennootschap ontslaan, doch dat ontslag kon niet tot stand komen, omdat het besluit tot ontslag door de vierde aandeelhouder in de AV niet werd gesteund. Er was aldus een patstelling ontstaan, waarop de drie aandeelhouders zich tot de rechter wendden met de stelling dat het geciteerde artikel uit de aandeelhoudersovereenkomst in strijd was met het dwingendrechtelijke artikel 2:244 lid 2 BW (welk artikel bepaalt dat een afspraak omtrent een verstrekte meerderheid ten aanzien van besluiten tot schorsing of ontslag van bestuurders, niet een grotere meerderheid dan twee/derde van het aantal uitgebrachte stemmen mag vereisen).
Het gerechtshof kwam tot het oordeel dat, gelet op het belang van de vennootschap, toepassing van de bepaling in de aandeelhoudersovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Volgens het hof moet de wettelijke regeling van artikel 2:244 BW ervoor waken dat ontslag van een bestuurder te zeer wordt bemoeilijkt dan wel onmogelijk wordt gemaakt. Dit artikel dient het belang van de vennootschap en daarvan kan niet bij nadere regeling worden afgeweken. De gedachte die uit de wet spreekt is dat het handhaven van een bestuurder tegen de wens van aandeelhouders in die tezamen meer dan twee derden van de uitgebrachte stemmen en meer dan de helft van het kapitaal vertegenwoordigen, in het algemeen op gespannen voet zal komen te staan met het vennootschapsbelang en dat deze situatie dient te worden voorkomen.
Het hof veegt aldus met een beroep op het vennootschappelijk belang een tussen partijen onderling tot stand gekomen regeling van tafel.

Dit arrest maakt duidelijk dat bij het opstellen van een aandeelhoudersovereenkomst ook altijd het belang van de (continuïteit van de) vennootschap voor ogen moet worden gehouden, en dat het niet altijd mogelijk is om als aandeelhouders onderling afspraken te maken die strijdig zijn met de wet.

Tags: aandeelhouders aandeelhoudersovereenkomst ontslag bestuurder vennootschapsbelang continuiteit